Veilige hechting: je geborgd, verzorgd, en geliefd weten

Hechtingsstijlen geven inzicht in hoe we relaties aangaan en beïnvloeden vele aspecten van ons leven. John Bowlby, een Britse psychiater en psychoanalyticus, ontwikkelde in 1988 de klassieke hechtingstheorie. Hij richtte zich op de emotionele band tussen kinderen en hun verzorgers en wilde begrijpen hoe deze band ontstaat. In de afgelopen drie decennia hebben neurowetenschappers zoals Allan Schore, Dan Siegel en Stephen Porges Bowlby's theorie verder uitgebreid. Veilige hechting betekent je geborgen, verzorgd en geliefd voelen. In deze blog bespreken we de ingrediënten voor veilige hechting volgens zowel klassieke als moderne theorieën.
Moeder en kind die samen op bed liggen. De moeder lacht en spiegelt de lach van haar kind. Resonantie en responsiviteit zijn belangrijk om veilige hechting tot stand te brengen.

Inhoud

Foto:

Bowlby: de ontwikkeling van een innerlijk werkmodel

Bowlby was geschoold in de psychodynamische traditie. In deze theorieën ging men ervan uit dat de hechtingsrelatie tussen moeder en kind ontstond als gevolg van fysiologische behoeftebevrediging: op tijd eten en drinken, een schone luier, en rust. Omdat de behoeften van het kind bevredigd worden door zijn ouder, ontstond er zo dus een band tussen hen. 

Bowlby keek echter breder dan de fysiologische behoeftebevrediging en onderzocht wat er gebeurde in de interacties tussen ouder en kind. Hij was juist geïnteresseerd in de interactiepatronen en de manier waarop deze van invloed zijn op de ontwikkeling van hechtingsrelaties en de vorming van de persoonlijkheid.

Belangrijk om te weten is dat ons hechtingssysteem een oud emotioneel systeem is, dat door de evolutie in onze genen vast ligt. Kinderen die de nabijheid van een ouder zoeken bij gevaar hebben veel meer overlevingskansen. Het is dan ook niet de vraag óf we hechten, maar hóe we hechten. 

Een kernbegrip in de klassieke hechtingstheorie is het innerlijk werkmodel. Dit zijn mentale representaties of schema’s die het kind in de interactie met zijn primaire verzorgers ontwikkelt. Deze schema’s bevatten gedachten, gevoelens, en attitudes ten aanzien van zichzelf in relatie tot de gehechtheidsfiguur.

Kinderen die op voorspelbare, consistente wijze zorg en steun ontvangen wanneer zij hun behoeften kenbaar maken, en die getroost worden in tijden van stress, ontwikkelen daardoor een positief zelfbeeld: ze voelen zich de moeite waard om aandacht en liefde te krijgen. Tegelijkertijd ervaren ze dat anderen betrouwbaar en beschikbaar zijn voor zorg en hulp. Dit leidt tot een positief beeld van de ander.

We noemen dit een veilige gehechtheid. Het kind ervaart zijn ouder als een veilige basis (secure base) om van daaruit de wereld te verkennen. Eenmaal in de wereld is de ouder een veilige haven (safe haven) om naar terug te keren wanneer hij ervaringen opdoet waarbij hij hulp nodig heeft.

Moderne hechtingstheorie:

Deze uitbreiding op de hechtingstheorie van bowlby vanuit neurobiologisch en -psychologisch perspectief wordt ook wel de moderne hechtingstheorie genoemd.

Schore en Siegel tonen aan dat met name de eerste levensjaren, maar ook daarna, de ontwikkeling van onze hersenen in interactie met anderen tot stand komt. Onze hersenen worden als het ware ‘ingeregeld’ door de ervaringen die een kind opdoet met zijn ouders en verzorgers. Het gaat dan om onder andere de window of tolerance die later belangrijk is voor emotieregulatie, en een gevoel van agency (agency = heb ik impact en invloed op de ander en daarmee op de situatie waarin ik zit).

Het sleutelwoorden hierin zijn ‘resonantie’ en ‘responsiviteit’. Dit betekent dat, als je als kind signalen afgeeft, de ouder beschikbaar is en tijdig en passend op jou reageert. De ouder laat je merken dat hij je ziet en begrijpt. Dit komt tot stand via de nonverbale emotionele communicatie die verloopt via gezichtsuitdrukkingen, gebaren en lichaamshouding, de intonatie van de stem, en het ritme van de woorden.

Wanneer de nonverbale communicatie positief en afgestemd is op jou als kind, voel je je kalm en verbonden, wat een gevoel van innerlijke veiligheid geeft. Je voelt je gespiegeld door je vader of moeder en zo leer je over emoties en over behoeften en dat je veilig bent.

Mismatch

Ouders zijn nooit continu op hun kind afgestemd. Er ontstaan momenten van ‘mismatch’. De ontwikkelingspsycholoog Tronick heeft met zijn onderzoeken eind jaren ’80 laten zien dat met name het herstellen van deze momenten van mismatch cruciaal zijn voor het vestigen van een sterke band. Wanneer een ouder kort na een mismatch de verbinding herstelde, dan gaf dat juíst een groter gevoel van emotionele veiligheid. Schore en Siegel vonden neurobiologisch bewijs voor de stelling van Tronick dat juist die herstelmomenten, naast afstemming en responsieve reacties, zorgen voor een stevige hechtingsband waarin het kind emotionele veerkracht ontwikkelt en een gevoel van stabiliteit in zichzelf vindt.

Goed genoeg ouderschap

We spreken daarom van ‘goed genoeg’ ouderschap. Niemand is perfect en het lukt eenvoudig niet om 100% van de tijd volledig afgestemd te zijn op je kind. Ook de kinderen van ouders die ‘goed genoeg’ zijn afgestemd, hechten zich veilig. Het criterium is overigens niet dat er niets ‘verkeerds’ of ‘onveiligs’ gebeurt, maar veel meer dat de moeder of vader dit signaleert en herstelt.

Bij een ‘goed-genoege’ ouder staat het kind bloot aan de normale stressvolle gebeurtenissen in het leven. De ouder is afgestemd op zijn kind, voelt aan wanneer het kind hem nodig heeft, en zorgt dan voor nabijheid, afleiding of juist rust, maar in ieder geval voor veiligheid. Een kindje kan, samen met zijn ouder, prima tegen een stootje. 

Van theorie naar daily life

Dan Siegel is klinisch professor in de psychiatrie en doet veel onderzoek naar hechting. Hij vat de ingrediënten van veilig ouderschap samen met vier S’en: Safe, Seen, Soothed, en Secure. Als de vier S’en aanwezig zijn, is het gedrag van ouders betrouwbaar en is er sprake van een veilige hechtingsomgeving.

Safe: betrouwbaar zijn voor je kind. Het kind kan kwetsbaar zijn en kan er zijn met zijn emoties. Betrouwbaar betekent ook dat je de verbinding met je kind herstelt als deze verbroken is.

Seen: het kind wordt gezien en gehoord. Het wordt begrepen en wordt in zijn gevoelens en gedachtenwereld erkend. Hierdoor leert het kind dat het er mag zijn en impact op een ander heeft. Dit leidt tot een gezond gevoel van agency.

Soothed: de ouder reguleert het kind waardoor het kalmeert en zijn emoties hanteerbaar worden. Zo leert het kind copingstrategieën om met lastige emoties om te gaan en ontwikkelt het emotionele volwassenheid. 

Secure: betrouwbaar zijn door voorspelbaar te zijn in het drie andere hier bovengenoemde S’en. Het kind kan zich kwetsbaar opstellen, mag fouten maken, en zijn mening uiten zonder dat het bang hoeft te zijn voor straf of afwijzing.

Veilige ouders bieden hun kind, naast dit veilige gedrag, de vrijheid om op onderzoek uit te gaan. Een veilige ouder stemt zich af op wat zijn kind nodig heeft, is empathisch en responsief, en ziet zijn kind als een eigenstandig persoon (en niet als een verlengstuk van zichzelf). Hierdoor leert het kind dat hij op anderen kan rekenen, dat de wereld een betrouwbare plek is, en dat zij zelf in staat zijn om zich daar in te bewegen. Het resultaat is dat veilig gehechte mensen op volwassen leeftijd:

  • een positief zelfbeeld hebben;
  • zich makkelijk verbinden met anderen;
  • zich bewust zijn van hun emoties en gevoelens, ook in het contact met anderen;
  • authentiek zijn;
  • in staat zijn om intieme, betekenisvolle, stabiele relaties te onderhouden.

Veilige hechting in relaties

In mijn praktijk zie ik dat mensen die veilig gehecht zijn zich makkelijk bewegen in relaties. Zij hebben vertrouwen in zichzelf in de ander, een goede afstemming als het gaat om behoeften, zijn autonoom en kunnen zich goed verbinden.

  • Vertrouwen: er op vertrouwen dat er vanzelfsprekend een plek voor jou is en dat je die mag innemen. Daarnaast gaat het om het vertrouwen dat je in anderen stelt.
  • Afstemming: een gezonde balans in afstemming op wat je zelf nodig hebt, jouw eigen behoeften, en afgestemd zijn op die van de ander.
  • Autonomie: jezelf kunnen zijn en een goed contact hebben met je eigen verlangens en kwaliteiten en van hier uit, in verbinding met anderen, je eigen richting kunnen bepalen.
  • Verbinding: jezelf te delen en intiem kunnen zijn met iemand ander.

Je kunt het zien als vier kernthema’s die zorgen voor een gezonde relatie. Mensen die onveilig gehecht zijn, kunnen bindingsangst of verlatingsangst in relaties ontwikkelen. Niet alleen in romantische relaties trouwens. Ook in een vriendschap of in een werkrelatie met collega’s of een leidinggevende kan zich dat voordoen. Je kunt dan de problemen in de verbinding vaak goed in kaart brengen aan de hand van deze vier thema’s.

Conclusie

De theorie van Bowlby over veilige hechting benadrukt de cruciale rol van interacties tussen ouder en kind in de vorming van mentale representaties die bepalend zijn voor het zelfbeeld en de perceptie van anderen. Moderne uitbreidingen door Schore en Siegel hebben aangetoond dat de hersenontwikkeling van kinderen sterk wordt beïnvloed door deze vroege interacties, waarbij resonantie en responsiviteit centraal staan. Hoewel perfecte afstemming tussen ouder en kind niet haalbaar is, zijn herstelmomenten van mismatch essentieel voor het ontwikkelen van een sterke hechtingsband en emotionele veerkracht.

‘Goed genoeg’ ouderschap, waarbij ouders tijdig reageren op de behoeften van hun kind en een veilige omgeving bieden, leidt tot kinderen die zelfverzekerd, emotioneel stabiel en in staat zijn tot betekenisvolle relaties. Deze veilige hechting vormt de basis voor gezonde autonomie, vertrouwen, en verbinding in zowel romantische als niet-romantische relaties.

Er zijn veel onderzoeken gedaan, waarin je alle ins en outs vindt. Ik heb onderstaande onderzoeken gebruikt voor deze blog:

Bowlby, J. (1988). A secure base: Parent-child attachment and healthy human development. Basic Books.

Porges, S. W. (2003). The polyvagal theory: Phylogenetic contributions to social behavior. Physiology and Behavior, 79(3), 503-513. https://doi.org/10.1016/s0031-9384(03)00156-2

Schore, A. N. (2015). Allan schore on the science of the art of psychotherapy [Interview]. Psychotherapy.net. https://www.psychotherapy.net/interview/allan-schore-neuroscience-psychotherapy

Schore, A. N. (2021). The interpersonal neurobiology of intersubjectivity. Frontiers in Psychology, 12, 648616-648616. https://doi.org/10.3389/fpsyg.2021.648616

Siegel, D. J. (2001). Toward an interpersonal neurobiology of the developing mind: Attachment relationships, “mindsight,” and neural integration. Infant Mental Health Journal, 22(1-2), 67-94. https://doi.org/10.1002/1097-0355(200101/04)22:1<67::AID-IMHJ3>3.0.CO;2-G

Susan Vroemen
Mijn naam is Susan Vroemen en ik ben psycholoog in Utrecht. In mijn begeleiding sta ik naast je en stel ik de vraag achter de vraag.

Hulp of advies nodig?

Je bent van harte welkom. Bel voor een afspraak 06-262 707 22 of neem contact op via de knop.

Inhoud

Meer lezen?
Kan ik je helpen?

Bel gerust of vul het contactformulier in. Ik neem binnen twee werkdagen contact met je op.

Adresgegevens
Christiaan Krammlaan 2
3571 AX Utrecht

Werkdagen zijn maandag, woensdag, donderdag en vrijdag tussen 9.00-17.00 uur. Online afspraken zijn ook mogelijk.


    error: Content is protected !!