Meesterschap: waar ben ik goed in?

Vanaf ongeveer 6 jaar tot 11 jaar oud begint het serieuze werk op school: het leren van lezen, schrijven en rekenen. Tevens starten kinderen met het beoefenen van sporten en hobby's. Ze oefenen nieuwe vaardigheden en leren samenwerken met anderen. Positieve ervaringen leiden tot een gevoel van meesterschap of competentie, terwijl negatieve ervaringen kunnen resulteren in gevoelens van minderwaardigheid.

Inhoud

Foto: Siniz Kim

Volgens de ontwikkelingstheorie van Erik Erikson vindt de ontwikkeling van een gevoel van identiteit, met een stevige basis van zelfvertrouwen en eigenwaarde, plaats in verschillende fasen. In deze serie zullen we de inhoud van elke fase bespreken. Het begint met het opbouwen van vertrouwen en hechting. Er zijn in totaal acht fasen.

Deze blog belicht de vierde fase, namelijk de polariteit tussen meesterschap en minderwaardigheid. Tijdens deze fase ontwikkelen we diverse vaardigheden die essentieel zijn voor succes in de samenleving. Dit omvat niet alleen basisvaardigheden zoals lezen en schrijven, maar ook verantwoordelijkheid nemen en effectief communiceren met anderen. Belangrijk hierbij is het besef dat we in staat zijn om iets te leren dat we voorheen niet konden. Op de lange termijn leidt dit tot het bereiken van succes in het leven. Het gaat erom jezelf te waarderen om wat je kunt, en leren om de frustratie over wat je niet kunt om te zetten in een leermogelijkheid.

Meesterschap versus minderwaardigheid

Een korte samenvatting van het vierde psychosociale stadium:

  • Tegenstelling: meesterschap versus minderwaardigheid
  • Grote vraag: “Hoe kan ik?” “Waar ben ik goed in?”
  • Levensvaardigheid: iets onder de knie krijgen, vlijt, je ergens toe zetten
  • Sociale interacties die belangrijk zijn: aanmoediging krijgen, ergens goed in worden 

Een sterk zelfbeeld ontwikkelen

Op deze leeftijd wordt je wereld groter. Onze sociale wereld breidt zich flink uit wanneer we naar school gaan en nieuwe vriendschappen sluiten met leeftijdsgenootjes. School en sociale interactie spelen een belangrijke rol in deze tijd.  

Door sociale interacties, waarin we ons kunnen vergelijken en meten, beginnen we een gevoel van trots te ontwikkelen op onze prestaties en vaardigheden. In de eerdere stadia waren de interacties voornamelijk gericht op ouders, verzorgers, en familieleden. Wanneer we naar school gaan, begeven we ons in het rijk van sociale invloed. Ouders, leraren, maar nu ook vrienden en klasgenoten spelen een rol bij hoe we deze fase door gaan.

Door vaardigheid in spel en schoolwerk kunnen we een gevoel van bekwaamheid ontwikkelen en trots zijn op onze capaciteiten. En door je competent en capabel te voelen, zul je ook een sterk zelfbeeld vormen. Tijdens sociale interacties met leeftijdgenoten kunnen sommige kinderen ontdekken dat hun vaardigheden beter zijn dan die van hun vrienden, of dat anderen hun talenten waarderen. Dit kan leiden tot zelfvertrouwen.

In andere gevallen kunnen kinderen ontdekken dat ze niet zo capabel zijn als de andere kinderen, wat kan resulteren in gevoelens van ontoereikendheid. Je leert dat dat niet vaststaat, maar dat je ook nieuwe vaardigheden kunt ontwikkelen. Of je leert dat je misschien geen goed danser bent, maar wel erg snel bent met hardlopen. 

Leren en schooltaken

In de vroegere ontwikkelingsfasen konden kinderen voornamelijk activiteiten ondernemen voor het plezier en om aandacht te krijgen. Zodra ze naar school gaan, worden hun feitelijke prestaties en vaardigheden geëvalueerd. Beoordelingen en feedback van opvoeders stimuleren kinderen om meer aandacht te besteden aan de werkelijke kwaliteit van hun werk.

Tijdens dit stadium zijn kinderen steeds meer in staat om complexere taken uit te voeren. Ze streven ernaar nieuwe vaardigheden onder de knie te krijgen. Het aanmoedigen en prijzen van kinderen door ouders en leerkrachten helpt bij het ontwikkelen een gevoel van competentie en zelfvertrouwen, en stimuleert hun motivatie om te leren. Kinderen die moeite hebben om dit gevoel van competentie te ontwikkelen, kunnen in dit stadium te maken krijgen met gevoelens van falen en minderwaardigheid. Dit kan de aanzet zijn tot latere ontwikkelingsproblemen.

Wanneer je twijfelt aan je capabiliteiten om succesvol te zijn, zijn er diverse strategieën die je kunt ontwikkelen om hiermee om te gaan. Je kunt bijvoorbeeld besluiten om extra inspanningen te leveren omdat je denkt dat het niet genoeg is, perfectionisme nastreven, of juist terughoudend zijn bij het proberen van nieuwe dingen en snel opgeven.

De gebeurtenissen in deze fase kunnen helpen om zelfvertrouwen op te bouwen of ondermijnen dat juist.

Vertrouwen dat je zult slagen

Het ontwikkelen van zelfvertrouwen is cruciaal in deze fase, volgens Erikson. Kinderen die succesvol zijn op school, of in een bepaalde hobby, hebben een grotere kans om een gevoel van bekwaamheid en zelfvertrouwen te ontwikkelen. Ze ervaren positieve gevoelens over zichzelf en hun vermogen om te slagen.

Kinderen die moeite hebben met hun schoolwerk kunnen het lastig vinden om gevoelens van zelfvertrouwen te ontwikkelen. Hierdoor kunnen gevoelens van onbekwaamheid en minderwaardigheid ontstaan, zeker als er weinig alternatieve manieren zijn om vaardigheden te ontwikkelen, zoals hobby- of sportclubs, of als school erg belangrijk wordt geacht. Dit kan een uitdaging zijn voor kinderen.

Wat kunnen ouders en leerkrachten doen?

Wat kunnen ouders en leerkrachten doen? Op dit punt is het cruciaal dat zij ondersteuning en aanmoediging geven. Toch zou het juist niet alleen over prestaties moeten gaan. Onvoorwaardelijke liefde en steun van volwassenen kunnen alle kinderen in deze fase van dienst zijn, maar vooral degenen die worstelen met gevoelens van minderwaardigheid.

Overgewaardeerde kinderen kunnen daarentegen een gevoel van arrogantie ontwikkelen. Balans en evenwicht zijn de sleutels. Ouders kunnen hun kind helpen om een realistisch gevoel over hun kunnen te ontwikkelen door niet overdreven te prijzen. Belangrijk is ook om meer het inspannen zelf te stimuleren dan het resultaat dat het moet opleveren. Door kinderen aan te moedigen op gebieden waar ze goed in zijn, kunnen gevoelens van competentie en prestatie gestimuleerd worden, zelfs als ze op andere terreinen moeite hebben.

Conclusie

Tijdens de basisschoolperiode oefenen kinderen nieuwe vaardigheden en leren ze samenwerken met anderen. Positieve ervaringen vergroten hun zelfvertrouwen en de overtuiging dat ze in staat zijn om te leren. Ze zijn gemotiveerd om inspanningen te leveren, zelfs als ze bepaalde dingen nog niet kunnen. Daarentegen kunnen negatieve ervaringen gevoelens van incompetentie en minderwaardigheid veroorzaken. Dit kan op verschillende manieren tot uiting komen, zoals hard werken uit angst om te falen, of juist vroegtijdig opgeven.

Susan Vroemen
Mijn naam is Susan Vroemen en ik ben psycholoog in Utrecht. In mijn begeleiding sta ik naast je en stel ik de vraag achter de vraag.

Hulp of advies nodig?

Je bent van harte welkom. Bel voor een afspraak 06-262 707 22 of neem contact op via de knop.

Inhoud

Meer lezen?
Kan ik je helpen?

Bel gerust of vul het contactformulier in. Ik neem binnen twee werkdagen contact met je op.

Adresgegevens
Christiaan Krammlaan 2
3571 AX Utrecht

Werkdagen zijn maandag, woensdag, donderdag en vrijdag tussen 9.00-17.00 uur. Online afspraken zijn ook mogelijk.


    error: Content is protected !!